Een stoornis is het Autistisch Spectrum komt best veel voor onder kinderen. Zo’n diagnose heeft niet alleen invloed op het kind, maar eigenlijk op het hele gezin. Veel ouders hebben onvoldoende kennis en handvatten als ze de diagnose net gehoord hebben. Het is zo belangrijk voor de kinderen om er rekening mee te houden. Het ene kind met Autisme is het andere niet. Het ene kind is meer leerbaar dan het andere. Sommige kinderen hebben problemen in de sociale interactie, terwijl anderen juist problemen hebben met planning.

De grootste valkuil van ouders is het kind overschatten. Zeker als je kind intelligent is of zich sociaal gezien (redelijk) goed kan redden, ligt deze valkuil op de loer.

3 tips om beter om te kunnen gaan met je kind met Autisme

Kinderen (en volwassenen) met Autisme zijn een spiegel van je eigen gedrag en/of communicatie. Ben jij onduidelijk, dan ontstaat er spanning bij je kind. Uiteindelijk kan de spanning oplopen en leiden tot een woede-uitbarsting of zelfs automutilatie. Daarom 3 tips om je kind beter te begrijpen en er beter mee om te kunnen gaan.

#1 Communiceer duidelijk

Veel kinderen met autisme hebben moeite met communicatie. Je communicatie aanpassen is dan ook uiterst belangrijk. Gebruik concrete duidelijke taal. De meeste kinderen met Autisme hebben moeite met spreekwoorden en gezegden.

“Door de mand vallen” is een spreekwoord die bijvoorbeeld verwarring kan oproepen. Een kind met autisme kan dit letterlijk nemen.

Woorden als “zo”, “straks” en “vanavond” kunnen ook onduidelijkheid oproepen. Wanneer is dat namelijk? Beter is het om te zeggen: Om 3 uur gaan we naar de supermarkt. Of: om 7 uur mag je een half uur achter de computer.

#2 Check je boodschap

Omdat veel kinderen met Autisme overschat worden is het belangrijk om te checken of hetgeen je gezegd hebt, goed is overgekomen. Dit kan je doen door je kind de boodschap te laten herhalen.

Als je bijvoorbeeld onduidelijk bent geweest en je wilt weggaan naar de supermarkt, dan kan het zomaar gebeuren dat een kind met Autisme al wel bij de schuur staat om zijn fiets te pakken, maar dat het vergeten is zijn jas aan te doen.  Je hebt dan wel duidelijk verteld dat je met de fiets naar de supermarkt gaat, maar niet dat het daarvoor zijn jas aan moest doen.

Het is leren aanvoelen wat jouw kind wel of niet begrijpt. Sommige kinderen weten wel dat als ze naar buiten gaan, dat ze een jas aan moeten doen. Andere kinderen moeten gestructureerd worden in alle taken op de dag.

#3  Breng structuur aan

Het verschilt per kind hoeveel structuur zij nodig hebben, dus je kan dit op vele manieren doen. Het is belangrijk dat een kind met Autisme weet wat er gebeuren gaat. Wijzigingen in de planning is voor sommige kinderen echt super lastig. Communiceer hier duidelijk over en leg uit waarom het wijzigt. Probeer het wel zoveel mogelijk te voorkomen als dat kan.

Een goede manier om structuur aan te brengen is het maken van een dagplanning. Dit kan op een whiteboard met picto’s als dat prettig is voor je kind. Tegenwoordig zijn er ook digitale plan apps te vinden, dus kies die vorm die goed bij je kind past.

Een dagplanning kan je indelen per dagdeel (ochtend, middag, avond, nacht). Is dit te breed of te lastig voor je kind, dan kan je het concreter maken. Ik heb ervaren dat sommige kinderen met autisme zelfs een dagplanning per half uur nodig hebben. Stond er een half uur niks, dan kon het kind er niks mee. Een half uur zichzelf vermaken was dan bijvoorbeeld al lastig.