Wij zijn een samengesteld gezin. Mijn vriend en ik hebben samen vier kinderen in de leeftijd van 6 tot 8 jaar. In de weekenden dat ik de kinderen heb, heeft hij ze ook. Dat zorgt soms voor een drukke bedoeling thuis. Meestal in mijn huis, dat leent zich beter voor slaappartijtjes met zijn vieren en mijn vriend heeft een echt mannenhuishouden waarin nauwelijks gepoetst wordt.

Het heeft een tijd geduurd voordat de kinderen elkaar goed kende.

De oudste dacht de dominante rol op zich te moeten nemen, maar de rest schikte daar niet in. Inmiddels is er een betere rolverdeling en kent iedereen zijn plek.

Iedereen behalve ik zou ik willen zeggen. Want ik heb soms veel moeite met ons samengesteld gezin. Ook al wonen we niet echt samen, de momenten dat we samenzijn, zijn we wel een samengesteld gezin. En dat is hard werken. Ik heb het gevoel op mijn tenen te moeten lopen. Je merkt toch dat je anders over dingen denkt. Bij ons gaat het vooral over hygiëne, geld, zijn ex. Ik voel me vaak ontzettend onbegrepen en ondergewaardeerd. Ik ben een heel zorgzaam type en wil graag dat iedereen het goed heeft. Als er dan zo over mij heen wordt gewalst is dat soms moeilijk.

Hij verdedigt negen van de tien keer zijn kinderen en soms ook nog zijn ex.

Samengesteld gezin

Samengesteld gezin

Dat eerste vind ik logisch, al is het niet altijd makkelijk. Dat laatste vind ik onbegrijpelijk. Zijn kinderen zijn niet van de knuffels en warme woorden naar mij toe. Mijn kinderen hebben die band met hem wel en dat is soms moeilijk om te zien. Daarnaast zijn mijn kinderen altijd bij mij en hebben dus ook veel meer tijd met hem doorgebracht dan ik met zijn kids alleen. We hebben hierover duidelijk afspraken gemaakt en ik ga me ook niet opdringen aan zijn kinderen.

Ik merk dat er op het uitspreken dat je een samengesteld gezin moeilijk vind nog best een taboe hangt. Om wat meer inzicht te krijgen ben ik onlangs naar een lezing geweest in de bibliotheek. Hierin werden verschillende uitdagingen besproken waar je tegenaan kunt lopen bij een samengestelde gezin, de verschillen tussen stiefmoeders en stiefvaders en werden er een aantal inzichten gegeven. Ik leerde dat in Nederland 300.000 samen gestelde gezinnen zijn. En dat die jaren nodig hebben om het te laten werken, soms wel zeven jaar. En dat de helft ook weer uit elkaar ging. Maar dat er ook gezinnen gelukkig werden, al hadden die allemaal hun strugles gekend en was het een hobbelige weg.

Een feest der herkenning, hoe moeilijk ook. Het was een intieme club van mensen, hooguit een man of vijftien aanwezig, maar met dezelfde worstelingen. “Je puzzelt altijd zonder het plaatje op de doos’ werd als citaat gebruikt. Hoe herkenbaar! Je doet alles met de beste bedoelingen, soms verlies je jezelf erin en meestal stank voor dank.

Stiefmoeders voelen zich vaak ondergewaardeerd door hun partner en stiefkinderen. Ze investeren veel, ook emotioneel gezien.

En ze verwachten iets terug: affectie, een band, dankbaarheid’ was degene die me toch wel het meest is bijgebleven. Hoe treffend ook.

Heb ik dan ook de oplossing gevonden in die lezing? Ehum… nee. Wel inzichten. Dat het niet gek is dat je emmer een keer vol is en overstroomt. En hoe het komt dat een stiefkind niet knuffelt als zij bij de andere partij die liefde niet kennen. Ik leerde dat ik me vooral eerst moet richten op het versterken van de (verworven) band, en dan pas op het invullen van je rol. En dat het dus niet erg is als je zoekende bent. En dat je vooral moet investeren in de partnerrelatie: dat dat het fundament is voor de rest. En ondertussen hard blijven doorwerken.