Hoe dom kon ik zijn?
30 december 2015 
5 min. leestijd

Hoe dom kon ik zijn?

shame-652499_640

Martin Luther King zei: “De uiteindelijke maat waarmee een mens wordt gemeten, is niet hoe hij zich gedraagt in comfort en welstand, maar hoe hij zich gedraagt tegenover uitdagingen en tegenslagen.” 

Vrij recent was er een cliënt, die in elk gesprek mijn deskundigheid in twijfel trok of mij zelfs diskwalificeerde wanneer hij van mening was, dat mijn antwoord niet voldeed. Ogenschijnlijk kwetsbaar en naïef kon hij een vraag stellen en als ik geen geschikte reactie had dan werd ik genadeloos onderuit gemaaid. Er was een voortdurende machtsstrijd gaande die ik keer op keer verloor.

Het heeft mij enige intervisie momenten gekost om met de boosheid om te gaan die dat gedrag bij mij opriep. Niet enkel omdat hij mij in benarde posities manoeuvreerde maar vooral omdat ik met open ogen in zijn valstrik liep.

Ik schaamde me dood. Hoe dom kon ik zijn? Keer op keer. Waarom zou ik nog de moeite doen om met die man in gesprek te gaan? Laat hem een ander zoeken om zijn eigen angsten en schaamte op bot te vieren. 

Martin Luther King weet alles van tegenslagen en kwetsbaarheid. Net als de andere mensen die de geschiedenis een positieve wending hebben gegeven. Ik hou niet zo van tegenslagen omdat ze mij confronteren met mijn eigen kwetsbaarheid en de schaamte die ik kan ervaren wanneer iets in mijn ogen niet gaat zoals ik had gewild of had bedacht.

En toch, wanneer Oprah Winfrey mij op sociale media indringend aanspreekt over “Your own responsibility” veer ik op. ‘Zo is het!’ denk ik dan ‘een tegenslag is een kans op vooruitgang!’.
Tot de eerste beste tegenslag zich presenteert en in dat geval denk ik niet aan Oprah en “My own responsibility”. Ik plaats de schuld dan graag even lekker buiten mezelf.

Meestal herinner ik me in de eerste minuten na een scheldpartij het treffende voorbeeld ‘de vallende mok’ van Brené Brown*. Brené liet ooit een mok met koffie vallen en daar gaf ze meteen haar man de schuld van. Steve, haar man, was niet eens in de buurt.

Een beetje schaamte en kwetsbaarheid op zijn tijd vind ik prima. Zo lang de situatie comfortabel is. Dan wil ik gerust mijn hart open stellen zodat de ander er een rustige wandeling in kan maken. Ik kan mezelf aansporen om aan te geven welke behoeften ik heb. En mijn angst overwinnen dat de ander daar om kan lachen, deze niet wil inwilligen of boos op mij wordt. 

Tot de situatie verslechtert en ik uitdagingen en tegenslagen tegen kom. Een positie waarin ik lijnrecht tegenover de ander kom te staan of geconfronteerd word met mijn eigen onzekerheden, schaamte en angsten.

Zoals een werkgever die verwacht dat je meer werkzaamheden oppakt ‘omdat de markt dat nu eenmaal van ons vraagt’ terwijl je eigenlijk al systematisch over je grenzen bent gegaan en je vindt dat je nu wel rijkelijk laat bent met het aangeven van een grens. Een partner die zo nodig een nieuwe hobby wil uitoefenen en daar onevenredig veel spaargeld voor uittrekt terwijl jij de bankrekening graag gevuld houdt voor onvoorziene zaken want ‘je weet het echter nooit’. Een puber die niet van plan is om tegen haar vriendinnen te zeggen dat zij de enige is die van haar ouders niet mee mag, een valse sneer maakt die je in je hart raakt én je mee terug neemt naar je eigen jeugdtrauma’s. Of de situatie waarin je lelijke dingen tegen een ander hebt gezegd omdat je het idee had dat je in een hoek gedreven werd en waarvoor je eigenlijk je excuses zou moeten maken.

Nou, hou dan maar op met het pleidooi over de noodzaak voor kwetsbaarheid. Op dat soort momenten beuk ik er bij voorkeur direct in. Geen haar op mijn hoofd die in eerste instantie bedenkt dat ik ook de mogelijkheid heb om rustig aan te geven wat mij dwars zit. Het enige wat mij dwars zit is dat de ander zich zó gedraagt dat ik er last van heb. Het is dus de ander of ik. Een van ons, of we moeten exact op hetzelfde moment hetzelfde besluit nemen, zal over de brug moeten komen. Anders blijft het strijd. Strijd om wie gelijk heeft. Strijd om wie wint.

Uit het onderzoek van Brené komt echter naar voren dat kwetsbaarheid en het overwinnen van schaamte noodzakelijk zijn om een verbinding vanuit het hart aan te gaan met andere mensen. En het gelazer is dus: Je kunt er niet om heen. Want iedereen wil verbonden zijn met anderen. Ik ook. 

En dat is dan ook de enige reden waarom ik mezelf steeds blijf aansporen om de ander evenveel gelijk te geven als ik mezelf geef. Want aan de andere kant van de heuvel kunnen er prachtige bloemen bloeien terwijl het aan mijn zijde van de heuvel kaal en dor is. Als ik niet bereid ben om mijn overtuigingen los te laten en andere gevoelens te voelen dan zal ik ook niet de waarheid van de ander kunnen zien. Een waarheid die wel eens afbreuk zou kunnen doen aan datgene waar ik heilig van overtuigd ben. En zou dat gênant zijn?

Angst is een dankbaar knechtje van schaamte. Ze hebben beiden de onaangename eigenschap dat ze de verbinding tussen mensen kunnen verbreken. Schaamte ziet zichzelf graag als de partner in crime van kwetsbaarheid. Maar zij verschrompelt als we het licht uit ons hart laten schijnen.

Zij is het personage The Penguin uit de verhalen van Batman die zich verborgen houdt in een vochtig, stinkend en duister riool. Zij is dé superschurk die gedreven wordt door rancune voortkomend uit angst en schaamte. batman-1070422_640

Uiteindelijk voel ik meer ongemak bij schaamte dan bij kwetsbaarheid.
Én ik ben liever de superheld dan de schurk. Jij toch ook?

*Brene Brown is professor aan de Universiteit van Houston. Schrijfster van het boek “De kracht van kwetsbaarheid, heb de moed om niet perfect te willen zijn.” Haar TED Talks zijn te bekijken op o.a. Youtube.

Over de schrijver
Reactie plaatsen