Appellig kijkt mijn kleine maat me aan. Of eigenlijk kijkt hij langs me heen. Nét, zodat het bijna niet op valt. De overige ouders die langs mee heen de gang op schuifelen met hun kroost richting de lokalen kijken me een beetje vreemd aan. Zij zien niet wat ik zie.

Hij hoort me totaal niet. Ik kom niet binnen bij hem, hij zit ergens in zijn eigen wereldje.

Ik vertel hem iets in de trant van dat hij de volgende keer moet denken aan zijn tas, hem niet steeds op school moet laten want dat ik door mijn beker-voorraad heen raak. Maar ik had hem net zo goed kunnen vertellen dat er een olifant op het dak van de school had gekakt. Had net zo veel indruk gemaakt.

Hij is een dromertje, net zoals ik kan zijn. Maar dan in het kwadrant. Sluit zich te pas en onpas af van de wereld. Ja, uiteraard als hij moe is. Maar soms ook op momenten dat ik het niet aan zie komen. Of het even niet zo goed uit komt.

naamloos

Zo kan hij tijdens de voetbaltraining ineens bedenken dat hij dringend zijn koprol moet oefenen. Of is hij tijdens het ontbijt zó in een denkbeeldig spel met zijn lepel en zijn muesli verwikkeld dat ik voor geen meter bij hem binnenkom. Of hij geeft antwoord op een vraag, die hij eigenlijk helemaal niet gehoord heeft. En voor iemand met een naar ochtendhumeur als ikzelf, is dat een ramp.

Soms maak ik een fout. Dan word ik boos. Boos worden in die situatie is soms een logisch gevolg, maar heeft geen enkele zin. Boos worden is alleen wel een makkelijke valkuil als je nét je bed uit bent en liever geen gezeur aan je kop hebt.

Als je kind dan voor de vijfde keer vraagt wat je nou eigenlijk zei, knap ik ook wel eens. En boos worden leidt tot nóg meer wazigheid. En in die staat een kind naar de gang sturen (of op welke manier je je onvrede dan ook duidelijk maakt) kan twee kanten op gaan. Slecht en dramatisch.

Slecht is als hij op de gang fijn verder droomt, kletst en zingt om vervolgens een paar tellen later verbaast terug in de kamer te komen, zich afvragend wat hij in de gang deed. Dramatisch is als hij volledig omslaat in paniek en bijbehorende huilbui. Want hij heeft echt geen idee wat hij fout doet en waarom hij mama tot wanhoop drijft. Eindigend met een verdrietig kind én verdrietige plus schuldig voelende mama op de bank, geen steek verder gekomen en beide geen idee hebbend waar het ook al weer over ging.

mijn kind is een dromer

En soms droom ik lekker met hem mee. Laat ik mijn woorden opgaan in de lucht en haal mijn schouders op. Want wat is dan het ergste wat er kan gebeuren, is mijn mantra. Op mijn goede dagen, dan…

Herkenbaar? Hoe ga jij hier mee om? Deel het met ons en laat een reactie achter.