Nee, ik wil niet mee!
26 januari 2016 
7 min. leestijd

Nee, ik wil niet mee!

Je staat klaar, allemaal aangekleed en de kadootjes in de tas. Oma wordt vandaag 65 jaar en er is een groot feest, met een clown voor de kinderen, een springkussen. Grote BBQ in de tuin met de hele familie en alle vrienden.

‘Nee, ik wil niet mee!’ roept je kind uit. Zo vlak voor vertrek.

Je krijgt het lichtelijk benauwd, want jullie moeten nu toch écht gaan. Er was ook afgesproken dat jullie met de familie van tevoren nog op de foto zouden gaan, als verrassing.

‘Maar het is toch leuk?! Je ziet al je neefjes, er is een echte clown, je kunt lekker buiten spelen!’

Je probeert van alles om je kind over te halen, mee te krijgen, gerust te stellen. Maar hoe meer jij je best doet, hoe meer weerstand er komt. Hij boos, jij boos. Je stelt consequenties en beloningen als ‘een week geen iPad’ of ‘als je nu fijn meewerkt en mee gaat, dan gaan wij van de week even gezellig samen naar de stad’.

‘Nee, ik wil niet mee!’.

De moed zakt je in de schoenen, je pakt je kind bij zijn arm en zo ga je samen naar de auto. De sfeer gespannen, weg voorpret.

Herkenbaar?

Waarom durven we ons kind niet te vragen wat er is?

Het is natuurlijk voor de hand liggend en logisch dat je aan je kind vraagt: ‘Wat maakt dat je niet mee wilt gaan? Wat is er aan de hand?’

Maar als het zo simpel was, dan zou iedereen dat toch doen? En dan zouden deze situaties toch allang heel anders gaan?

Want deze vraag stellen, maakt ook dat je er dan naar moet gaan handelen. En dan is er vaak geen weg terug meer. Want wat nou als je kind zegt dat hij het feest bij oma veel te druk vindt en er echt, echt, écht niet naar toe wilt?

Dan wordt dingen zeggen als ‘maar we gaan toch’ wel heel pijnlijk. Voor iedereen. Het maar helemaal niet vragen, maakt dat je ‘gewoon kunt gaan’.

Weet je wat daar nu eigenlijk in de weg zit?

Onze eigen angst om nee te zeggen, niet te voldoen aan de verwachting van de ander. Angst voor afkeuring, het gevoel dat je niet slaagt als ouder…

Je hoort je moeder bijvoorbeeld al zeggen op het feest: ‘Het was wel leuk, maar ik kon niet echt helemaal genieten omdat we niet compleet waren.’ Of ‘Jammer hoor, dat jullie al zo vroeg weer weg gingen, ik had graag met iedereen deze mooie dag afgesloten.’ Of je hoort de moeders op het schoolplein al vragen over de activiteit bij het buurthuis: ’Waren jullie er niet bij? Jammer hoor dat hij het niet leuk vindt, er waren zoveel kindjes en het was zo gezellig!’

En daarom sturen we toch vaak ons kind een beetje in de richting die voor ons makkelijker is. Zeggen er misschien wel bij: ‘Doe het maar voor oma, ze zal het hartstikke leuk vinden!’.

Maar dan ga je voorbij aan dat je kind het moeilijk heeft. Dan laat je hem dus alleen met zijn moeilijkheden.

Het kan best zijn dat je je nu schuldig voelt. Het gaat hier niet om schuld, als je anders had gekund, dan had je dat allang gedaan. Mooi dat je nu de confrontatie met jezelf aan durft, in het belang van je kind. Je hebt nog tijd genoeg.

Wat jij kunt doen om je kind te helpen?

Het echte helpen van je kind zit hem in zelf anders handelen en reageren. Je lost een probleem niet op op het niveau waarop het is ontstaan, maar altijd op het niveau eronder. Dus ‘wat speelt er bij mijn kind?’, ‘wat maakt dat ik hem nu zo push of zo boos wordt dat hij niet mee wilt?’ Daarvoor kun je de volgende dingen doen:

  1. Verplaats je in je kind

Belangrijk is te weten waar de pijn bij je kind vandaan komt. Toen bij ons, vanaf dag één dat het Sinterklaas journaal op tv was en wij een gespannen en boos kind in huis hadden, wist ik dat die pijn kwam omdat wij Sinterklaas vieren. Dat is iets wat wij bedacht hadden en in stand houden naar onze kinderen toe. Het feest van oma is ook door de volwassenen bedacht. Of het uitje van de club.

  1. Wiens wens is het feestje, het uitje: wie is er verantwoordelijk voor de boosheid?

Beseffen dat je als ouder verantwoordelijk bent voor de boosheid van het kind omdat jij zelf zo graag wilt dat je kind daar naar toe gaat of mee doet, en er zelfs ook van kan genieten, maakt het dan ook ‘veel gemakkelijker‘ om de spanning van je kind te dragen, om de boze buien er te laten zijn.

Je kunt dan simpelweg je kind gewoon gaan helpen met zijn moeilijkheden, je reageert dan niet meer zo fel op zijn boosheid, want die begrijp je, die is logisch (want jouw kind wil niet, vindt het eng, te druk, te veel…).

  1. Laat de oplossing ontstaan vanuit de erkenning van het gevoel.

Wanneer het gevoel van je kind er mag zijn, komt er rust, ook bij jou als ouder. Je kunt dan samen beter voelen wat er is en wat er nodig is. Dan kom je samen tot oplossingen zoals ‘erbij blijven, de hele tijd of even, iets meenemen wat hem helpt etc.’

Je kind leert daardoor: ‘Bang zijn wil niet zeggen dat je iets niet kunt’.

  1. Wees de sherpa van je kind

Bertold Gunster heeft het erg mooi verwoord in zijn ‘omdenkshow’. ‘Stop met opvoeden en wees de sherpa van je kind’. Een sherpa is de waterdrager en rugzakdrager van de bergbeklimmer. Zij volgen, dragen de last en zorgen voor de veiligheid. Maar ze volgen en dragen. Met gratie, in het belang van de klimmer.

Mooi beeld.

Je verplaatsen in de rol van sherpa maakt het makkelijker om de last ook te kunnen dragen. Zeker als je daarbij beseft dat je als ouder je kind nou eenmaal frustraties aan hoort te bieden in het leven (oma wordt nu eenmaal 65 en geeft een mooi feest voor ons), om ze vervolgens daar ook mee te helpen die te leren hanteren. Je maakt ze wegwijs in het leven. En daar hoort pijn bij, frustratie, boosheid en verdriet.

  1. Uitstellen

En soms is misschien iets uitstellen wél een goede oplossing. Iets kan ook echt even teveel zijn. Wanneer er dus ook nee gezegd kan worden als iets écht te veel is, kan er ook makkelijker ja gezegd worden tegen een uitdaging.

Door je te verplaatsen in je kind en samen te kijken wat je kind nodig heeft, kan jouw kind, als wegblijven geen optie is, op dat moment er zijn zoals hij is, met hoe hij zich voelt. Je kind hoeft dan niet te veranderen en kan daardoor ook (meer) genieten. Het betekent dat je bijvoorbeeld ergens bij blijft. En natuurlijk krijg je dan te horen: ‘Maar hij moet het toch ook alleen kunnen, straks in groep 5?’ Of ‘denk je niet dat je hem nu erg afhankelijk van jou maakt?’

Blijf bij je eigen gevoel, je eigen visie.

Ik gun elk kind een ouder die kan afdalen naar zijn of haar kind, om het kind te helpen met de pijn. Daar worden ze evenwichtige volwassenen van. Door de situatie weg te nemen of de pijn weg te nemen, ontneem je je kind een belangrijke levenservaring.

Over de schrijver
Reactie plaatsen