Ga je nog even een hapje nemen Rafael? Niet met de bessen gooien! Nee, maakt niet uit dat je nu al voor de derde keer je drinken hebt omgegooid. Hier, kijk, mama pakt al een doekje. Ja, hup, netjes in je stoel gaan zitten met je toetje.

Zo gaat het al de hele dag. Ondanks dat mijn lieve kleine jongen ziek is, is hij nog bijdehand als wat. 

Piekermama

Eindelijk zit ik op de bank. Het nog natte haar in een knot, slaapshirt aan. Het huis is aan kant, de vloer gedweild. Mijn zoontje is om 21.00 uur gaan slapen. Later dan anders, maar dat komt omdat z’n middagdutje nogal lang was vanwege zijn griep.

Soms baal ik ervan. Dat ik hem streng toe heb gesproken als hij niet wil eten, drinken of slapen. Het is namelijk altijd minimaal één van die drie zaken waar het niet top mee gaat. Ziek of niet. Tig manieren verzin ik dan, om hem toch te laten doen wat gezond blijkt of waarvan ik denk dat goed voor hem is. Ik moet het allemaal zelf bedenken en ben daarbij ook nog eens een piekermama. Maar meneer heeft zijn eigen wil; hij kijkt mij met zijn glunderende ogen aan en zet het op een drafje. Als ik hem wil optillen laat hij zich in een dwars moment met veel bombarie op de grond vallen.

Naïeve gedachten

Een paar jaar geleden was er nog geen vuiltje aan de lucht. Mijn kindermindset was schattig en naïef te noemen. Ik behoorde tot de behoorlijke groep twintigers die dacht dat kinderen makkelijk te vormen zijn. Dat je als een moeder de gans voorop loopt door de supermarkt, de speeltuin of het restaurant en jouw kinderen volgen gewoon. Of je roept naar Keesje dat hij nú zijn brood moet opeten of binnen 5 minuten moet stoppen met jengelen. Anders geef je gewoon straf. Hij stopt dan meteen, peuter of niet. Niets is minder waar…

Misschien komt het doordat ik zelf zo’n schijtluismeisje was, eentje dat nooit haar vinger in de klas opstak, wegrende bij clowns met ballonnen op een verjaardagsfeestje en mensen schichtig aankeek als ze iets vroegen. Maar dat dus ook de hele dag zelf lief speelde, nauwelijks correcties nodig had en alle instructies van volwassenen gedwee opvolgde.

Als er een kindje van een collega voor de vierde keer in een korte tijd ziek was, snapte ik daar niks van. Kun je zo vaak griep en koorts hebben? En dat vindt een huisarts normaal? Als er een peuter aan het schreeuwen was in een restaurant en dat duurde langer dan een minuut, dan draaide ik met mijn ogen en staarde ik de ouders, die hun peuter in de houtgreep onder de arm terug naar hun kinderstoel verplaatsten, ongegeneerd na. Alle vluchten met krijsende baby’s vond ik bloedirritant. Was er net eentje gestopt, begon er een hummeltje in de rij voor mij. En hoezo rent een kind weg bij zijn ouders, je kunt hem toch vermaken en corrigeren?

Reality-check

Nogal wiedes dat het moment waarop ik in de gloria was en zeker wist dat ik mama wilde worden vanzelf kwam. En ik kreeg een mooie, gezonde zoon. Met een eigen wil en een sterk karakter. Ik herken mijn eigen gekkigheid in hem en het zachtaardige, zorgzame. Ieder diertje, knuffeltje en kindje krijgt een knuffel of kusje. En tegelijkertijd: wat anders is hij dan ik en wat fijn vind ik dat bij nader inzien.

Hij heeft namelijk geen problemen met sociale contacten en het benaderen van mensen in het algemeen. Stapt overal met een open blik op af. En rent achter clowns en andere verklede wezens aan alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Dat hij in een restaurant een spanningsboog van 15 minuten heeft voordat hij uit zijn stoel wil klimmen, op een festival de menigte in wil rennen, en zich tegendraads op de grond werpt met een dramatisch piepstemmetje als hij zijn zin niet krijgt, neem ik af en toe voor lief.

Zie ook: Opvoeden? Hallo?

Herkenbaar? Hoe heb jij dit ervaren?