Er zijn altijd dingen in je leven die er in zijn geslopen. De dingen die je doet omdat je het altijd zo hebt gedaan. Of omdat je denkt dat iemand ze van je verwacht. Recepten die je maakt omdat je denkt dat iemand ze lekker vindt of de dingen die je eet omdat iemand ze speciaal voor jou heeft gemaakt.

Kleding die je draagt omdat je denk dat de ander ze leuk vindt, die cd’s die in de kast blijven staan terwijl je weet dat je ze nooit meer gaat draaien. Maar hey, je hebt er 17 euro aan uitgegeven dus weggooien doe je ook niet. Servies dat je houdt omdat je het gekregen hebt. Je kent ze wel, die lelijke mokken van de Action die altijd nog even ingepakt worden om het volume van de pakjes onder de kerstboom nog snel wat op te schroeven.

Op het moment dat je je spullen pakt om zonder wederhelft te gaan verhuizen, die cd’s uitzoekt, neuriënd op het liedje van Acda en de Munnik en dat servies weer in dozen doet. Je maakt een keuze tussen de dingen waarvan je denkt dat ze bij je horen of die je voorgoed achter je zou kunnen laten. Het creëert leegte. Of beter gezegd; ruimte. Het opruimen maakt letterlijk een hoop ruimte in je hoofd en in je leven die opnieuw ingevuld kan gaan worden.

Pijn-olympics…

En dan is er de leegte die je voelt op het moment dat je je kinderen op de oprit ziet staan met een koffer in de ene en papa in de andere hand…”Zo mama, we hebben u net twee benen geamputeerd en het is de bedoeling dat u nu gewoon door gaat met uw leven.” Tuurlijk dokter.

Een leegte die je even al het andere doet vergeten. Die pijn is zo puur en zuiver. Het treft je op de meest kwetsbare plek in je ziel. Je mist een essentieel deel van jezelf dat je nodig hebt om normaal te kunnen functioneren.

Ik geef gas en rij de straat uit. Mijn kinderen zwaaiend achter me latend.

De wereld vervaagd, alles om je heen draait en tolt en jij staat stil, helemaal stil. Je bent je zo bewust van je eigen wezen, de pijn, dat gemis. Je kijkt recht in die open wond waar ooit je been zat. Het snoert je de adem. En zelfs dát maakt je bewust van je lijf en de pijn die je letterlijk voelt. -blijven ademen Claire-  Dit zijn de pijn-olympics.

Als je hart zo open zou blijven staan zou je het nooit redden. Je zou ter plekke sterven, je gaat in je overlevingsmechanisme. Je zoekt een manier om de dag door te komen. In mijn geval doe ik dat door er een kwart tank benzine door te jagen met Pearl Jam op standje trillend dashboard. Dat cd-tje was van mij. Gekregen van m’n moeder, dus van mij.

Op het moment dat je hele leven stil staat ga je je afvragen wat je nou eigenlijk al die tijd hebt gegaan en of het nu echt belangrijk voor je was en is. Als alles weg valt heb je alleen nog jezelf….

En dat is een prachtige kans om jezelf opnieuw te bekijken en alles wat je wel of niet in je leven wilt. Opnieuw opbouwen en investeren in dingen die écht bij je horen. We hebben niet altijd de zeggenschap over wat er in ons leven gebeurt. Maar we hebben wél zeggenschap over hoe we dit leven gaan leven.

 

Dus dat doe ik dan maar. Ik maak een keuze. Is dit het leven dat ik wil leven? Is dit de persoon waar ik van wil houden? Is dit de beste versie van mezelf? Kan ik sterker zijn dan de dingen die in mijn leven gebeuren? Vriendelijker? Met meer medeleven?

Ik maak een keuze -adem in en adem uit- ik maak een keuze.

Ik heb die mokken eruit geflikkerd. Met grof geweld de container in geketst. In plaats daarvan gebruik ik het dure servies dat al jaren in de kast stond omdat ik bang was dat het stuk zou gaan. Dat het verrekt. Dat servies heeft ook al twee scheidingen meegemaakt dus dat kan wel wat hebben dunkt me…Net zoals ik. En zo worden we sterker. En zo komen we ook de week weer door.

Pijn-olympics…

Ik hoor de auto stoppen en kleine stemmetjes praten…. Mijn blik draait van de servieskast naar het raam. Door het gordijn zie ik ze naar de deur rennen, de deur zwaait open en niet veel later druk ik een klein kinderlijfje tegen me aan. Ze zijn terug. Een warm en zacht lijfje dat zijn armpjes stevig om mijn snek slaat. Ik loop vol, volledig vol en mijn hart pompt bijna uit m’n borstkas. Mijn tranen slik ik weg in zijn nek. Als ik opkijk, kijk ik recht in de bruine ogen van nummer twee, klaar om toe te slaan.

…Ik heb goud in handen!

Voelt het voor jou ook wel eens als de pijn-olympics?