Onlangs had ik een gesprek met een adviseur op mijn nieuwe werk. Mijn werkgever vindt het belangrijk om goed voor zijn werknemers én hun gezinsleden te zorgen. Als je vanuit de zorg komt ben je heel anders gewend. Dus ik kreeg een gesprek met een financieel adviseur. Nooit geweten dat dit me zoveel op kon leveren.

Bij mijn vorige werkgever verdiende ik niet slecht. Toch ben ik er behoorlijk op vooruit gegaan. Ik moet uiteraard wat toeslagen inleveren, maar op de eindstreep loont het zich echt. De adviseur gaf me een aantal belangrijke inzichten:

1. Sparen voor je kind

In het gesprek werd mijn gezinssituatie uitvoerig besproken. Niet alleen kwam het wezenpensioen naar voren, maar wat nog belangrijker was volgens de adviseur is om nu al te sparen voor de studie van je kind. Er bestaan meerdere mogelijkheden om dit te doen.

Je kunt ervoor kiezen om zelf te sparen voor je kind, maar je kunt ook zelf een spaarrekening voor je kind openen. Tot je kind 18 is ben jij de wettelijk vertegenwoordiger en kan je kind niet bij het geld. Het komt automatisch vrij als je kind 18 jaar wordt. Het grote voordeel van het sparen op deze manier, is dat je heel bewust voor je kind spaart. Je kind heeft straks veel minder zorgen als het wil studeren of krijgt een leuk bedrag voor bijvoorbeeld het halen van het rijbewijs. Je kunt meestal niet opnemen van de rekening, dus het blijft echt staan tot je kind 18 wordt.

Ik had bij mijn bank al een spaarrekening kind, maar heb inmiddels wel het bedrag verhoogd. De adviseur gaf aan dat het wellicht zo’n 15.000 euro gaat kosten als je kind gaat studeren. Dan is het toch raadzaam om hier nu al mee te beginnen. Niet iedereen heeft dit bedrag zomaar bij elkaar, ook ik niet. Toch is het nog steeds zo dat alle kleine beetje helpen. Je kunt met een klein bedrag al een goede basis opbouwen. Bovendien zal je kind enorm trots op je zijn dat jij dit hebt opgebouwd in je eentje. Let er trouwens wel op dat het spaarsaldo van de rekening mee telt bij je eigen vermogen in box 3.
Sparen voor je kind en nog meer tips van een financieel adviseur!

2. Bouw een buffer op voor de korte-, de middellange en de lange termijn

Veel van ons maken zich er schuldig aan: we sparen netjes, maar op het einde van de maand komen we altijd iets te kort, waardoor we de spaarrekening weer aan moeten spreken. Zonde, want zo bouwen we nooit iets op. De adviseur legde uit om een spaarrekening voor de korte termijn te nemen, zodat je op vakantie kan, uitjes kunt doen of wat je dan ook maar wil binnen afzienbare tijd.

De spaarrekening voor de middellange termijn zou je kunnen gebruiken voor de spullen die vervangen moeten worden. Denk aan een wasmachine, tv, auto en noem maar op. Minstens 3000 euro zou je hier op moeten reserveren volgens de adviseur.

De lange termijn zou je kunnen gebruiken voor de oude dag. Dit lijkt nog zo ver weg, maar je kunt niet weten hoe het er tegen die tijd aan toe gaat. Misschien moeten wij wel werken tot we 70 zijn, misschien wordt het weer teruggedraaid naar 65. Wat wel zo is, is dat studerende kinderen veel kosten. Het ziet er niet naar uit dat onze kinderen alles nog vergoed gaan krijgen, dus zijn wij ouders hier verantwoordelijk voor. Sparen voor je kind is dus echt belangrijk.

3. Zet de helft van je wat je nu meer verdient opzij en consumeer de andere helft

Doe dit direct vanaf de eerste keer dat je je salaris ontvangt. Zo voorkom je dat je gaat leven naar wat je nu extra hebt, want voor de meesten is dit mens-eigen. Als je dit direct toepast wordt het direct vanzelfsprekend, aldus de adviseur. Een voorbeeld: stel, je verdient eerst per maand 1200,- maar bij je nieuwe werkgever ga je 2000,- verdienen. In feite zou je dan 400,- per maand zelf kunnen gebruiken en 400,- per maand zet je op zij. Let er wel op dat je de toeslagen meerekent. In de meeste gevallen gaan die iets omlaag. Vergeet ook vooral niet om je nieuwe geschatte jaarinkomen op tijd door te geven.

 Hoe heb jij het geregeld voor je kinderen?