Ik weet het nog als de dag van gisteren toen ik mijn prinses de eerste keer in mijn armen mocht houden. Wat was ze klein, wat was ze lief en vooral nog zo schattig. Ze keek me aan met die prachtige stralende ogen van haar met een blik van: Ik heb jou nodig. Ik wist dat ik mijn leven lang haar piep kleine handjes wilde vasthouden en dat ik alles voor haar zou doen wat nodig was.
Inmiddels is dat kleine baby’tje al een echt meisje aan het worden met een echt eigen willetje. Quinty is bijna twee en dat betekent dat de ik zeg nee fase zich steeds verder ontwikkelt. Steeds vaker hoor ik: “Zelluf doen mama”. Steeds vaker trekt ze gewoon haar eigen plan en maakt ze mij duidelijk wat ze wel en niet wil.
Oftewel: we hebben de fase todler life bereikt. In dit blog neem ik je mee in het leven met een todler. Ik schrijf over de bekende punten die erbij horen en hoe ik er mee omga.

1. Koppigheid

Todler life staat gelinkt aan de fase waarin koppigheid optreed. De kinderen gaan van vrolijk naar intens verdrietig en alle emoties ertussen in.  Hoe radeloos het je soms als moeder ook maakt het hoort erbij, en het gaat vanzelf over. Langzamerhand maakt je peuter zich los van jou. Het besef dat ze een eigen persoon zijn wordt steeds groter. Bij dat ontdekken hoort ook een eigen sterke wil. Anderen gaan wat rustiger door deze fase. Dit verschilt uiteraard per kind. Vaak gaat die wil door willen zetten gepaard met driftbuien, veel schreeuwen, huilen, stampen, op de grond liggen spartelen en soms ook met het hoofd bonken. De peuterpubertijd wordt dan ook vaak niet zo positief benaderd en ook wel de ‘terrible two’s’ genoemd.
Realiseer je echter dat de emoties die je kind ervaart echte emoties zijn, hoe heftig hij ze ook uit. Natuurlijk kun je je peuter wel leren hoe hij zijn emoties op een andere manier kan uiten. Nu moet ik zeggen dat ik geluk heb met een rustig kind. Toch merk ik dat ze heel duidelijk aangeeft wat ze wel en niet wilt en hoort tegenstribbelen daar vaak bij. Soms een keer gillen, mopperen of met iets gooien. Ik pak het gedrag meteen aan.
Ik beloon goed gedrag en ik negeer het negatieve gedrag. Ik werk met time outs en zet haar in de hoek. Ik doe dit nu 1 minuut. Lijkt misschien heel kort maar meestal is deze minuut lang genoeg om haar uit de situatie te halen. Doordat ze op dat moment geen aandacht krijgt, weet ze dat ze met haar gedrag het tegenovergestelde bereikt van wat ze wil bereiken. Na die minuut laat ik haar sorry zeggen en geven we elkaar een dikke kus en knuffel. Tussendoor als ze lief aan het spelen is beloon ik haar door complimenten te geven en haar aan te halen.

2. Zelluf doen

 Dit hoor ik de laatste tijd steeds vaker. Zelf willen eten zelf haar kleren willen uitkiezen en ga zo maar door. Alles wat ik doe wil ze na bootsen en soms gaat dat nog niet helemaal volgens plan. Juist het meer willen dan wat ze eigenlijk kunnen kan een hoop frustratie met zich meebrengen. Niet alleen bij de peuter maar ook soms bij de moeder. Heb je net de tafel afgewassen besluit je kind om even zelf te gaan eten met een klieder boel tot gevolg.
Het sleutelwoord is geduld! Ik voorkom zelf een hoop frustratie door haar keuzes te laten maken. Ik leg bijvoorbeeld 2-3 setjes kleren klaar waar ze zelf uit mag kiezen. Ik loop samen met haar naar de koelkast waar ze zelf haar beleg mag uitkiezen. En ga zo maar door. Door haar zelf keuzes te laten maken geef ik haar het gevoel dat ze een eigen mening mag hebben en dat ze zelf een keuze gemaakt heeft. Als ze mij wil helpen met een taakje laat ik haar. Ik kijk van een afstand mee en grijp in op het moment dat ik merk dat het niet lukt. Soms grijp ik ook niet in. Dit om haar te motiveren om door te gaan tot het wel lukt. Ik moedig haar aan en haar reactie als het dan wel lukt is priceless.

3. Activiteiten.

Willen lopen en dan toch nog heel vaak vallen, boos zijn om niets. Opeens van lachen naar huilen gaan. Het gebeurt zomaar denk je dan. Ik denk zelf niet helemaal zomaar. Ik denk dat sommige emoties te maken hebben met prikkels. Ik merkte bijvoorbeeld dat Quinty een heel ander gedrag had als ze bij de gastouder was geweest en ik haar daarna nog even ergens mee naartoe wilde nemen. Of als ze de hele dag bij haar vader geweest was en ik wilde nog even snel naar de winkel. Stem je programma af op een kind. Vaak bleek ze gewoon moe te zijn. Het middagdutje is daarom zo belangrijk. En teveel activiteiten op een dag kan er voor zorgen dat het emmertje bij zo n klein mupke overloopt. Ook al loopt je kind goed neem toch nog een buggy mee.
boy-950563_640

4. Eis niet teveel van je kind.

Zindelijkheidstraining en van de speen af zijn voorbeelden van mijlpalen die ouders in het tweede levensjaar proberen te bereiken. Dat mag allemaal, maar vergeet niet dat ieder kind zijn/ haar eigen tempo heeft. Teveel mijlpalen ineens willen bereiken kan voor frustratie zorgen. Net zoals bij voorgaande punten raakt dan het emmertje vol. Als het niet lukt kan dat juist demotiverend werken. Werk daarom mijlpaal voor mijlpaal af. Quinty is zelf al begonnen met op het potje gaan en ik heb haar hier totaal niet in gepusht. Ik beloon haar als ze een plasje gedaan heeft en bij een ongelukje ga ik niet treuren of balen. Het komt wel.

5 Nee nee, ja

Ik ben twee en ik zeg nee, of twee staat voor nee allemaal bekende uitspraken over deze leeftijd. Op deze leeftijd zeggen ze dat nu eenmaal graag en als ze eenmaal nee zeggen, blijft het ook nee. Als je ze zoals ik al eerder schreef keuzes geeft hebben ze geen kans om nee te zeggen. Zo voelt hij dat er naar hem geluisterd wordt en dit is weer goed voor zijn zelfvertrouwen. Let op: te veel keuzes is ook niet goed.
Zo vroeg ik laats Quinty kom je bij mama? Ze draait zich om, zegt nee en loopt rustig verder. Het was de eerste keer dat ze tegen mij inging en ik moest even schakelen. Ik stelde haar een vraag waarop ze een antwoord kon geven. Doordat ze haar eigen willetje aan het creëren is en op dat moment een ander doel voor ogen had dan ik, zei ze nee. Nu zorg ik dat de afstand tussen ons niet groter is dan 2 meter zodat ze mij kan horen. Nu zeg ik kom eens bij mama. Soms wijst ze en zegt ze die of daar. Ik loop nu samen met haar naar de plek die ze aanwijst. Zo weet ze dat ze bij mij in de buurt moet blijven en dat ik echt naar haar luister en rekening houd met haar ontdekkingen.
Ik ben geen opvoedkundige of nanny Jo Frost. Iedere mama moet het vooral op haar eigen manier blijven doen maar misschien heb je wat aan mijn tips. Misschien denk je dat een van mijn tips helemaal niet werkt of heb je zelf andere tips. Laat het mij weten in een van de reacties.
Liefs,
Rachel
Ben jij al lid van de community? Meld je gratis aan en kom in contact met andere moeders.