Wat kun je doen als de vader van jouw kinderen opeens aangeeft omgang met zijn kinderen te willen?

Deze vraag stelde een van onze clienten ons laatst. Haar ex partner was vlak na de geboorte van hun tweede kind weggegaan en had niets meer van zich laten horen, op geen enkele manier. Hij was met de noorderzon vertrokken. De moeder heeft veel hulp gezocht en gekregen en ook gevraagd of vader hierin wilde participeren. Dit wilde hij niet. Inmiddels waren haar kinderen 6 en 8 jaar oud. Zij hadden hun vader al die jaren niet gezien, maar nu wilde hij graag een omgangsregeling. Hij had ook direct een verzoekschrift tot het vaststellen van een omgangsregeling ingediend bij de rechtbank.

Omgang

Ouders en een kind hebben recht op omgang met elkaar. Hiervoor hoef je niet getrouwd te zijn, ook ouders die nooit met elkaar getrouwd zijn, kunnen een omgangsregeling aan de rechter vragen. Dit laatste kan zelfs wanneer de ouder die de omgangsregeling vraagt geen gezag heeft over de betreffende kinderen. Volgens art. 1:377a lid 1 Burgerlijk Wetboek heeft een ouder die niet het gezag heeft ook nog eens de plicht tot omgang met zijn of haar kinderen, hierover schreef ik al eerder.

De rechtbank gaat bij het vaststellen van een omgangsregeling in principe uit van gelijkwaardig ouderschap. Ouders hebben dus gelijke rechten en plichten.

Omgang moet uiteraard wel in het belang van het kind zijn.

Ontzeggen omgang

Een ontzegging van het recht op omgang kan alleen plaatsvinden op verzoek van een van de ouders. De rechter toetst of zich een van de volgende drie situaties voordoet:

  1. De omgang zou ernstig nadeel opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind.

Deze situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als een van beide ouders of beide ouders de kinderen gebruiken in de tussen hen beiden bestaande strijd. Ook kan de geestelijke ontwikkeling van een kind in gevaar komen als de ouders zich tegenover het kind voortdurend negatief over de andere ouder uitlaten.

Het feit dat een ouder zelf weerstand heeft tegen  een omgangsregeling is geen aanleiding voor een rechter om op grond hiervan de niet-verzorgende ouder omgang te ontzeggen. Het moet kort samengevat dus wel om een zeer ernstige situatie gaan.

  1. De ene ouder is kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat tot omgang.

Dit scenario heeft betrekking op de persoon van de omgangsgerechtigde ouder. Als hij zich op een zeer negatieve wijze gedraagt kan de rechter, op verzoek van de andere ouder, besluiten dat hem het recht op omgang ontzegd wordt.

Voorbeelden van deze situatie zijn:

  • De ouder heeft omgang met zijn kind onder invloed van alcohol of drugs.
  • Het kind wordt meegenomen naar voor hem ongeschikte en/of kindonvriendelijke plaatsen.
  • De ouder is gewelddadig tegenover het kind (geweest) of heeft hem of haar misbruikt.
  • De ouder dreigt met ontvoering van het kind.
  • De ouder houdt zich structureel niet aan de overeengekomen of opgelegde omgangsregeling.
  1. Het kind heeft zelf ernstige bezwaren tegen de omgang.

Op zich kan een minderjarig kind niet zelf bepalen of het omgang wil met de niet-verzorgende ouder. Maar hoe ouder het kind wordt, hoe moeilijker het is om een kind dwingend omgang te laten hebben met een van zijn ouders.

Om die reden wordt een kind van twaalf jaar of ouder door de rechter naar zijn mening gevraagd bij een verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling. Het is niet zo dat een rechter een ouder zo maar een omgangsregeling zal ontzeggen als een kind aangeeft daar niets voor te voelen. Er moeten echt ernstige bezwaren zijn. Rechters vragen hierover ook goed door.

Tenslotte is er nog een andere grond om omgang te ontzeggen; als de omgang in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.

Let op:  een rechter zal niet snel tot de conclusie komen dat een ouder geen recht meer heeft op omgang met zijn kind. Alleen in de uitzonderingssituaties zoals hierboven beschreven zal een verzoek tot ontzegging van de omgang gehonoreerd worden.

Hoe ging het verder met onze cliente?

De rechtbank was zeer kritisch naar de vader toe en begreep niet waarom de man een verzoekschrift had ingediend, terwijl hij de afgelopen zes jaar niets van zich had laten horen en niet openstond voor hulp/begeleiding. De Raad voor de Kinderbescherming was eveneens zeer kritisch en vroeg zich af of omgang wel in het belang van de kinderen was. De Rechtbank wilde deze vraag officieel door de Raad voor de kinderbescherming beantwoord hebben. Wordt dus vervolgd!

Heb jij een vraag aan Linda en woon je in Noord-Holland? Stuur dan een e-mail naar info@happysinglemoms.nl