Verkeersveiligheid van kinderen vraagt om extra aandacht, want..

1. Kinderen zijn geen kleine volwassenen.
Ze zijn in ontwikkeling, zowel lichamelijk (ze groeien) als geestelijk (ze leren).

2. Kinderen zijn klein.
Ze kunnen vaak niet over geparkeerde auto’s, kliko’s, bloembakken e.d. heenkijken. Daardoor kunnen ze onverwacht de straat op lopen. Kinderen zien de auto’s niet en automobilisten zien de kinderen niet.

3. Kinderen kunnen geluiden niet goed lokaliseren.

Waarom verkeersveiligheid van kinderen aandacht vraagt

Waarom verkeersveiligheid van kinderen aandacht vraagt

Kinderen horen weliswaar goed, maar ze weten vaak niet meteen uit welke richting het geluid komt. Bovendien kunnen ze verkeerde conclusies trekken uit hun waarnemingen. Bijvoorbeeld: ze zien een auto in de verte, ze horen een auto, maar ze beseffen niet dat het geluid dat ze horen afkomstig is van een andere auto, die uit een andere richting nadert.

4. Niet alles wat een kind leert kan het meteen foutloos toepassen.
Dat geldt trouwens ook voor volwassenen. Verkeersregels worden langzaam maar zeker geleerd. Op school en in het verkeer zelf. Kinderen leren pas als ze zelf toe zijn aan de informatie. Hoe vaker kinderen in aanraking komen met het verkeer (dus: hoe meer ze aan het verkeer deelnemen), hoe sneller ze leren. Fouten die kinderen daarbij maken zijn hen niet of nauwelijks aan te rekenen. Dat hoort bij hun ontwikkeling.

5. Kinderen zijn speels; ze spelen altijd en overal.
Niet alleen op speelplaatsen, maar ook onderweg naar school of vriendjes. Spelen is geen tijdverdrijf voor kinderen, maar een natuurlijke bezigheid die bij de leeftijd en de ontwikkeling van een kind hoort.

6. Kinderen zijn impulsief.
Hoe jonger hoe impulsiever. Kinderen doen dus dingen die volwassenen niet verwachten.

7. Kinderen hebben een beperkt besef van gevaar in het verkeer.
(Gebrek aan) praktijkervaring speelt daarbij een belangrijke rol.

8. Kinderen hebben een langere reactietijd

Ze hebben tijd nodig om informatie te verwerken. Bovendien kunnen kinderen een eenmaal begonnen beweging moeilijk aanpassen. Als tijdens het oversteken plotseling de omstandigheden veranderen (verkeerslicht springt op rood, of er komt een auto de hoek om) hebben ze de neiging om stil te blijven staan. De hersenen kunnen onvoldoende overweg met tegenstrijdige informatie.

Dus reken er op dat:

Waarom verkeersveiligheid van kinderen aandacht vraagt

Waarom verkeersveiligheid van kinderen aandacht vraagt

– kinderen onverwacht kunnen gaan oversteken.
– kinderen geen voorrang verlenen als dat eigenlijk zou moeten.
– kinderen in hun spel plotseling de weg op kunnen rennen.
– fietsende kinderen onverwachts kunnen uitwijken
– fietsende kinderen zonder richting aangeven kunnen afslaan
– kinderen fouten maken: ze zijn niet volmaakt.

 

Bron: Veilig Verkeer Nederland