Natuurlijk zijn moeders nooit ziek. Dat kan gewoon niet. Want we zijn er altijd voor onze kinderen. Toch heb ik deze week ondervonden dat het toch één of ander virus gelukt is om me te vloeren. En daar baal ik van. Het is een drukke periode op mijn werk. Ze kunnen gewoon niet zonder me. Althans, dat denk ik. Mijn kinderen zijn nog erg jong. Te jong om zelf naar sport te fietsen, te jong om voor een boodschap naar de supermarkt te sturen. Maar het is onvermijdelijk. Ik voel me zo slecht dat het zweet me op de meest vreemde momenten uitbreekt. ‘Mammie, wat is er aan de hand? Je ziet er zo gek uit vandaag. En waarom schiet je niet op’. En daar komt het, ik geef toe en ik spreek het zelfs uit: mama is ziek.

Hulp uit onverwachte hoek

En daar stond ze. Met dansende paardenstaart en een grote glimlach. ‘Maar mammie, ik kan mijn kleine broertje wel naar school brengen hoor’. Naast haar een vierjarige, stuiterende kleuter die dat ook een uitstekend en spannend idee vindt. Tot mijn grote verbazing en verrassing trekken ze zonder morren en getreuzel zelf hun schoenen en jas aan. Nu kan het opeens wel, hoor ik mezelf bijna zeggen. Toch maar anders aanpakken de volgende keer. Gelukkig wonen we zowat naast de school. Dus ik heb er geen slecht gevoel bij dat mijn dochter haar broertje naar school brengt. En daar gaan ze met z’n tweeën met hun tasjes. Mijn dochter glimt van trots. Dan snijdt het mes aan twee kanten. Een ontzorgde moeder en supertrotse kinderen. Even ben ik gered.

zieke-beer

Na een dutje word ik weer wakker. Het zweet breekt me uit: griep of de gedachte aan wat komen gaat? Op maandagmiddag ben ik thuis en zijn er vaak speelafspraakjes. En die kan ik echt niet gebruiken op dit moment. Snel app ik een moeder uit de klas van mijn zoontje. Of ze hem na schooltijd bij mijn voordeur wil afleveren, omdat ik ziek ben. Gelukkig is dat geen probleem. Mijn dochter komt vaak zelf wel thuis. Met vriendinnetje deze keer. Ik laat het maar. Ze beloven plechtig om heel lief en zoet te zijn. Gelukkig gaan ze lekker boven spelen. Mijn zoon is heel tevreden met de Ipad waar hij de hele middag mee kan spelen. Slecht vind ik het, de hele middag achter een beeldscherm hangen. Maar vanmiddag kan het me even helemaal niks schelen. Zijn hoofd ontploft er niet van en hij ziet er intens gelukkig uit.

De volgende dagen zien er niet anders uit. Zelfstandig naar school, een middagje naar de BSO. Ik heb mijn inkopen altijd goed voor elkaar. Daardoor hebben we in ieder geval iedere avond een verse maaltijd. Die ik deze week met heel veel moeite in elkaar weet te flansen. Maar ik weet zeker dat er iemand bereid was geweest om een halfje brood langs te brengen. Als het echt nodig was geweest.

Even loslaten

Deze ochtend ben ik er weer.  Heel voorzichtig na vier dagen afwezigheid. Op mijn bureau ligt een stapeltje enveloppen. Mijn collega’s vragen belangstellend hoe het met me gaat. Is het niet te vroeg dat je weer gaat beginnen? Maar verder lijkt het erop dat iedereen gewoon z’n ding heeft gedaan. Ook zonder mij. Geen brand, geen overstroming, gelukkig maar.

medicijnen

Ziek zijn overkomt me gelukkig niet vaak. Ik ben ook redelijk goed bestand tegen de bacillen en snotneuzen die mijn kinderen meenemen. En mijn verdere gezondheid is gelukkig ook goed. Wat ik wel heb geleerd de afgelopen week is af en toe even loslaten. Mijn dochter kan ik meer toevertrouwen dan ik eigenlijk doe. Ze geeft zelfs aan dat ze me graag wil helpen. Er zijn genoeg mensen voor wie een kleine geste weinig moeite kost. Maar je moet het wel vragen. Dat is lastig, hulp vragen. Maar vertel in ieder geval tegen iemand dat je ziek bent. Misschien bieden ze je hulp aan. En als je dan hulp aangeboden krijgt, neem het dan ook aan. En niet eigenwijs zijn, daar ben je te ziek voor. Toch? 😉